De nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) leidt tot druk op de thuiszorg en slechtere zorg voor de cliënten.
Door Jolanda Gerritsen
De WMO is in het leven geroepen om de huidige voorzieningen, waaronder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), te ontlasten. De gemeenten gaan vanaf 1 januari 2007 de vrijgekomen gelden, via de WMO verdelen onder de cliënten en de zorgverleners, bijvoorbeeld de Thuiszorg. Nu is al duidelijk dat er flinke problemen te verwachten zijn met de invoering van deze nieuwe regelgeving, veel banen komen op de tocht te staan binnen de thuiszorgorganisaties en veel cliënten, moeten na lange tijd ineens gaan wennen aan een nieuwe zorgverlener, iets wat voor veel ouderen een probleem is.
De WMO gaat de verantwoordelijkheid voor de voorzieningen, voor ouderen en gehandicapten, bij de gemeenten neerleggen. Nu zijn er veel verschillende voorzieningen, waaronder de Welzijnswet, de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) en de AWBZ. Per 1 januari 2007 gaat de WMO deze voorzieningen vervangen. Er komt dus 1 loket dat gelegen is op gemeentelijk niveau. Dit loket gaat de gelden voor de bijzondere ziektekosten zoals onder andere huishoudelijke hulp en ziektevervoer beheren. Ouderen en mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap moeten makkelijker kunnen meedoen in de samenleving. Een vereenvoudiging van de regelgeving, door het afschaffen van de verschillende voorzieningen, is hierin van belang, maar daar ligt ook meteen het grootste manco van de WMO. De gemeenten mogen namelijk zelf bepalen hoe het geld wordt uitgegeven, of er eigen bijdragen geheven worden en aan wie de zorgcontracten worden aangeboden. Iedere gemeente houdt er dus een verschillend WMO beleid op na.
Sommige gevolgen van de nieuwe WMO zijn nu al, ruim voor de invoering, zichtbaar. Er ontstaat marktwerking tussen de verschillende thuiszorgorganisaties. Een onwelkom verschijnsel binnen de thuiszorg zoals het zich nu laat aanzien. Marktwerking is een prima verschijnsel om de kosten laag te houden, maar dit mag nooit ten koste gaan van de kwaliteit in de zorg. Een laag tarief in het contract mag dus niet impliceren dat er minder zorg verleend gaat worden aan eenzelfde hoeveelheid cliënten, maar het mag ook niet zo zijn dat het personeel een lager salaris krijgt, daar men gebonden is aan de CAO regels. Toch worden er contracten opgemaakt tegen prijzen die ver onder de kostprijs liggen, contracten die dus niet kunnen voldoen aan de gevraagde salariëring en/of hoeveelheid zorg voor de cliënten. De zorg in de aanbieding dus.
In de regio Rotterdam is het momenteel zo, dat diverse thuiszorgorganisaties per 1 januari, veel van hun personeel zullen moeten ontslaan. Doordat ze het contract met de gemeente niet hebben kunnen binnenhalen, staan ze zonder vaste inkomsten, met alle gevolgen van dien. De ontslagen vallen vooral bij de huishoudelijke hulpverleners (alfahulp, de basis huishoudelijke hulp) en de meer uitgebreidere huishoudelijke hulp (thuiszorg A). Een ander gevolg in deze regio is, dat de thuiszorgorganisaties die de contracten wel binnen gehaald hebben, een andere zorg verlenen dan de cliënten momenteel gewend zijn. Het is al een tijdje duidelijk dat de thuiszorg onder grote druk staat, er is weinig tijd voor persoonlijke aandacht, het personeel ervaart een enorme werkdruk en cliënten voelen zich niet serieus genomen. Vooral ouderen vinden het moeilijk om van zorgverlener te moeten veranderen. Mensen die ze jarenlang over de vloer kregen komen straks niet meer, het beetje sociale interactie dat ze nog hadden, valt weg.
In de regio Almelo zijn de thuiszorgorganisaties, die bij de openbare aanbesteding van het huishoudelijk werk buiten de boot vielen, bereid om hun financiële reserves aan te spreken om toch cliënten te behouden. Reserves die bedoeld zijn voor verbeteringen in de zorg, gaan nu besteed worden aan het behouden van het cliëntenbestand. Veel cliënten hebben het advies gekregen van hun zorgverlener om een Persoonsgebonden Budget (PGB) aan te vragen. Het PGB is bedoeld om de cliënt in staat te stellen een willekeurig persoon in te huren voor de zorgbehoefte. Dit kan de buurvrouw zijn, maar ook de thuiszorgorganisatie die het contract niet gekregen heeft. Deze PGB’s schieten vaak tekort, waardoor mensen te weinig geld hebben om professionele hulp in te kopen. De thuiszorgorganisatie in Almelo heeft de cliënten beloofd om in dat geval het verschil te betalen. Dit zullen ze doen uit hun eigen financiële reserves. Kortom, het PGB is een omweg om de nieuwe WMO heen, een omweg die deze nieuwe wet volledig buitenspel kan zetten.
De te verwachten neveneffecten van de nieuwe WMO zijn dusdanig vervelend, dat het de vraag is, of het daadwerkelijk een vereenvoudiging van de regelgeving zal brengen. Daarnaast kan het gebeuren dat de marktwerking en dus het buitenspel zetten van organisaties, tot veel ontslagen zal leiden en tot het verdwijnen van financiële reserves. Het valt ook te verwachten dat er veel onrust bij de cliënten zal ontstaan, omdat de aangeboden zorg en de zorgverlener veranderen. Zorg moet met zorg gegeven worden, niet tegen afbraakprijzen.
0 reacties so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.